Rode Kruis herenigt Afghaanse kinderen met ouders

Amina* (25) en haar man Abdulreza Azizi* (35) vluchten met hun vier kinderen tussen 5 en 11 jaar weg uit Afghanistan. Maar dan verliezen ze elkaar uit het oog. Acht maanden later is het gezin dankzij het Rode Kruis weer herenigd.

Het gezin raakte gescheiden toen mensensmokkelaars Amina verplichtten alleen in het bootje te stappen. “Eerst wou ik niet,” vertelt Amina. “Maar uiteindelijk had ik geen keus.” In België aangekomen nam ze contact op met de dienst Tracing van het Rode Kruis om haar familie terug te vinden.

De dienst Tracing vond al gauw haar man terug die in een ander opvangcentrum in België terecht gekomen was. Maar van de kinderen geen spoor.  “Ik kreeg geen adem meer”, vertelt Amina. Al die tijd dacht ze dat de kinderen bij Abdulreza waren en andersom. “De angst sloeg me om het hart. Wat was er met hen gebeurd? Ik kon alleen maar het ergste denken." Ook Abdulreza ziet zijn gezin uit elkaar spatten. "Ze zijn dood, dacht ik. Er is geen hoop meer."

De medewerkers van de dienst Tracing beten zich vast in de zaak. "Vier zo'n jonge kinderen op de dool in Europa: dat neem je mee naar huis”, vertelt diensthoofd Nadia Terweduwe. . "Vier kinderen van die leeftijd die spoorloos zijn: dat is echt wel uitzonderlijk. Maar dat kinderen verdwijnen tijdens de tocht naar Europa, gebeurt helaas meer en meer.”

Later blijkt dat de mensensmokkelaars de vier kinderen in een Grieks parkje hebben achtergelaten met de belofte dat hun ouders snel zouden komen. Niemand kwam. De kinderen bleven wachten. "We waren bang", vertelt Zahra* (11). "We bleven maar hopen dat we onze ouders ooit terug zouden zien."

Een Afghaanse man zag de kinderen in het park en nam hen onder zijn hoede. Twintig dagen lang geeft hij hen onderdak en eten terwijl hij op zoek gaat naar hun ouders. Wanneer hij de zorg voor vier kinderen niet langer kan betalen, brengt hij hen naar een ziekenhuis. Vijf maanden blijven ze daar, tot een priester zich over het viertal ontfermt en hen naar een Grieks opvangcentrum brengt.

"We zijn die mensen zo dankbaar", glimlacht Amina. "De Afghaanse man, de priester, het Rode Kruis: zonder hen was het met onze kinderen misschien slecht afgelopen."

Ondertussen heeft het Rode Kruis een opsporingsverzoek verstuurd naar collega’s in Europa en naar Griekenland en Turkije in het bijzonder. Meer dan een maand later laat een Afghaanse kennis van het echtpaar weten dat er in Griekenland gezocht wordt naar de ouders van vier kinderen. Het Rode Kruis contacteert onmiddellijk de Griekse collega's.

Het Rode Kruis in Griekenland bevestigt dat zij vier kinderen kennen met ongeveer dezelfde naam en ongeveer dezelfde leeftijd. De schrijfwijze van de namen maar ook de andere jaartelling zorgt voor verwarring. Gelukkig achterhaalt het Griekse Rode Kruis dat de vier kinderen wel degelijk de kinderen zijn van Amina en Abdulreza.

Het verlossende telefoontje vergeet Amina nooit meer. "Ik was zo blij. Ik huilde en lachte tegelijk. Mijn kinderen zijn nog in leven en ze zijn veilig, wist ik. Ons gezin is terug compleet." Compleet op afstand weliswaar, want de kinderen blijven daarna noodgedwongen nog enkele maanden in Griekenland.

"Uitzonderlijk lang", zegt Terweduwe. "Vooral door de moeizame identificatie van de kinderen. De familie spreekt Dari en hun Arabische namen moeten wij omzetten naar het Latijns schrift. In Griekenland hadden ze de namen anders opgetekend en dat zorgde voor de nodige verwarring. De instanties moeten er zeker van zijn dat het om de juiste personen gaat. Dat was soms frustrerend." Bijna een half jaar was Terweduwe bezig met deze zaak en dat kruipt in de kleren. "Toen ik zeker was dat de kinderen veilig en wel in Griekenland waren, viel er een last van mijn schouders. Dat was zo'n geruststelling."

"Nu kan ons leven hier beginnen", zegt Amina. Vader Abdulreza knikt beslist. De kinderen ruilen hun eerste Griekse woordjes nu voor Nederlandse.

* De namen zijn fictief.

Nieuwsoverzicht

print