75 jaar Tracing

In 1937 besloot het Belgische Rode Kruis om een dienst op te richten, speciaal voor de Spaanse kinderen die in België werden opgevangen tijdens de Spaanse burgeroorlog. Deze dienst moest de kinderen helpen om hun achtergebleven ouders terug te vinden.

 
Nu, in 2012, viert de dienst Tracing zijn 75ste verjaardag. In de tussenliggende tijd hebben we mensen opgevangen die slachtoffer waren van de meeste grote conflicten of natuurrampen. De massale volksverplaatsingen die het gevolg waren van de Tweede Wereldoorlog  zorgde voor een sterke uitbouw van de tracingactiviteiten wereldwijd.  Nadien waren er de bootvluchtelingen uit Viëtnam en Cambodja in de jaren zeventig, overlopers uit het Oostblok tijdens de Koude Oorlog en ga zo maar door. Telkens opnieuw probeerde Tracing hen in contact te brengen met hun familieleden thuis. Wat natuurlijk betekende dat de dienst ook regelmatig slecht nieuws moest brengen.


Ook tijdens recentere conflicten bleven we actief. Er  was de burgeroorlog in Joegoslavië en de genocide in Rwanda tijdens de vroege jaren negentig, die uiteraard heel wat vluchtelingen creëerden. En, nog steeds actueel, natuurlijk de Amerikaanse invasie van Afghanistan in 2001. Als gevolg daarvan kwamen er meer dan 600 dossiers bij voor de dienst Tracing, inclusief 242 gezinsherenigingen. De oorlog in Irak, die van start ging in 2003, leidde al tot 831 dossiers, waarvan er 628 een gezinshereniging betrof.


Op die manier zijn we continu in de weer gebleven, met als voornaamste beginsel “the right to know”: het recht om te weten wat er is geworden van je familie en geliefden. Weten wat het lot is van een geliefd persoon, is even belangrijk als voedsel, kledij, onderdak of medische verzorging.

print