50 jaar Tracingdienst

In 2010 blaast de Tracingdienst 50 kaarsjes uit! Het eerste tracingbericht werd evenwel al door Rode Kruisoprichter Henry Dunant verstuurd in 1859.

Op 7 april huldigde het Internationale Rode Kruiscomité (ICRC) de activiteiten van de Centrale Opsporingsdienst (ook wel bekend als de Tracingdienst). Deze dienst wil het contact tussen families herstellen bij krijgsgevangenen en burgers die getroffen worden door conflict of door andere tegenspoed, zoals een natuurramp.

Henry’s eerste tracingbericht
De oprichter van het Rode Kruis, Henry Dunant, schreef in zijn memoires ‘Un souvenir de Solférino’ het ontstaan van het eerste tracingbericht. Tijdens de slag van Solferino, een gruwelijke veldslag die Dunant op het idee bracht om het Rode Kruis op te richten, ontmoet Dunant een jonge korporaal. De man is dodelijk gewond en op zijn sterfbed smeekt hij om naar zijn ouders te mogen schrijven. Dunant noteert het adres van zijn familie en brengt hen op de hoogte van de dood van hun zoon. De brief van Dunant is het enige nieuws dat de ouders ontvingen.

Ontstaan tracingdienst
In 1960 start het ICRC met de Centrale Opsporingsdienst. De dienst vervangt het Centraal Agentschap voor Krijgsgevangenen en breidt haar diensten uit naar burgers die niet gevangen zitten, slachtoffers van natuurrampen en vluchtelingen.

In de afgelopen jaren is het ICRC intensiever gaan samenwerken met de nationale Rode Kruis- en Rode Halve Maanverenigingen. Door middel van samenwerking kan de Internationale Rode Kruis- en Rode Halve Maanbeweging over de landgrenzen heen contacten herstellen of duidelijkheid brengen over het lot van vermiste personen.

De Tracingdienst in België 
Ook Rode Kruis-Vlaanderen heeft een Tracingdienst. Deze maakt deel uit van het departement Internationale Zaken en heeft zijn kantoor op de hoofdzetel van Rode Kruis-Vlaanderen, gelegen te Motstraat 40 in Mechelen.

 

 

Nieuwsoverzicht

print